De praktijk: nut van netwerk en data
Hoe regio De Kempen is geholpen met onderzoek en zorgarrangeur
De ambities voor passend onderwijs in regio De Kempen hebben de afgelopen jaren een flinke injectie gekregen door de deelname aan het landelijke project ‘Zorg in onderwijstijd’ (ZiO). Ondersteuning van zorgarrangeurs en het gebruik van onderzoeksinstrumenten zoals het inventarisatiekader leverden veel kennis en inzicht op.
Helpend was het draagvlak door de al bestaande samenwerking op bestuurlijk, beleidsmatig en uitvoerend niveau. Door de inzet van zorgarrangeurs en hulpmiddelen als cijfers en andere tools, komt collectieve financiering voor zorg op scholen nu in zicht.
De verbindende rol van de zorgarrangeurs
Zorgarrangeurs ondersteunen scholen gedurende het onderzoekstraject bij het in beeld brengen van de aard en omvang van de zorg die in onderwijstijd aan leerlingen geboden wordt. Ze ondersteunen scholen in gesprek met financiers over het eenvoudiger en collectiever inzetten van zorggelden waarop leerlingen vanuit de verschillende zorgwetten aanspraak kunnen maken. De zorgarrangeurs kennen de weg in de diverse onderwijs- en zorgsystemen, weten op welke zorg aanspraak gemaakt kan worden en wie waarvoor verantwoordelijk is. Ze beschikken over een uitgebreid netwerk in de regio en kunnen door de onafhankelijke positie nieuwe verbindingen tussen onderwijs en zorgsystemen to stand brengen. Ook hebben zij diverse tools ontwikkeld, waaronder persona’s. In 2020 gingen tien zorgarrangeurs in het kader van ZiO aan de slag op vijftig (v)so-scholen. Met succes, want in 2023 ondersteunden zij 25 nieuwe scholen. Ook in 2024 kunnen de zorgarrangeurs hiermee doorgaan met als insteek zich nog meer te richten op de olievlekwerking in de regio. Om zo niet alleen de kennis en verworven mogelijkheden bij de aangemelde school te houden, maar om het collectieve mogelijk te maken voor regio's.
Introductie
De Groote Aard Met de opdracht om zorg in onderwijstijd zo regelarm en collectief mogelijk te organiseren, ging in 2020 een zorgarrangeur (zie kader) aan de slag op de Groote Aard in Eersel. Deze so/vso-school heeft 125 leerlingen met een speciale onderwijsvraag. Hun leeftijd ligt tussen 4 en 20 jaar. De school heeft een regionale functie voor dertien Nederlandse gemeenten en één gemeente in België. De Groote Aard werkt samen met elf samenwerkingsverbanden passend onderwijs. Daardoor heeft de school te maken met verschillende regels en beleidskaders. In deze regio, De Kempen, was bij aanvang van het onderzoek al een stevige structuur opgebouwd voor de samenwerking tussen onderwijs en jeugdzorg. Vanuit de ambitie om alle kinderen passende ondersteuning en hulp te bieden. De opdracht van de zorgarrangeur sloot hier dus goed op aan.
Gemeenten samenwerkingsverband

Regio De Kempen is onderverdeeld in zeven subregio’s. Deze indeling is gebaseerd op vergelijkbare vraagstukken en de manier waarop toegang tot jeugdhulp is georganiseerd. Bijvoorbeeld via een Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG). Zes gemeenten hebben een eigen jeugdbeleid. Bron: Passend Onderwijs De Kempen
Draagvlak
In de regio is sinds 2014 stapsgewijs gewerkt aan een goede samenwerkingscultuur: startend met de invoering van passend onderwijs en aansluitend door de decentralisatie van de Jeugdzorg in 2015. In 2016 werd tijdens een brede bijeenkomst met jeugdzorg- en onderwijsprofessionals de basis gelegd. Het samenwerkingsverband passend onderwijs nam hiertoe het initiatief, in afstemming met de gemeenten. De bijeenkomst bracht een gezamenlijke, regionale visie voort en was het begin van een beweging in de regio. In 2018 verscheen een gezamenlijke notitie. Hiervoor maakten de zeven subregio’s, samen met uitvoerende en beleidsprofessionals, zogeheten ‘startfoto’s’. Een startfoto geeft zowel de cijfermatige stand van zaken weer als ook de maatschappelijke opgaven en specifieke vraagstukken die in de regio spelen. Zoals: hoeveel leerlingen volgt welke type onderwijs, hoeveel kinderen ontvangt welk type hulp, en wat is het aanbod van jeugdhulp en (speciaal) onderwijs. Om de samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp te optimaliseren , worden sinds 2019 gezamenlijke heidagen en inspiratiesessies gehouden. Met als insteek: ontmoeten, verbreden en verdiepen, en inspireren
Verbreding Door deze bijeenkomsten verspreidde het enthousiasme van de deelnemers zich als een olievlek over alle subregio’s. En dat gebeurt nog steeds: inmiddels worden drie maal per jaar aparte en gezamenlijke heidagen voor professionals, beleidsmakers en bestuurders georganiseerd, waardoor zij steeds beter samen optrekken. Ook is de agenda de afgelopen jaren verbreed naar de samenwerking met onder meer welzijnsorganisaties, sport- en cultuurverenigingen en de gespecialiseerde jeugdhulp. Ook twee inkoopregio’s zijn betrokken. Zorg in onderwijstijd staat steevast op de agenda.
Chronologisch ziet de ontwikkeling van de samenwerking in regio De Kempen er zo uit:
Onze aanpak 08.2014 t/m nu

Bron: Passend Onderwijs De Kempen
Het samenwerkingsorganisme De afstemming tussen gemeenten en de samenwerkingsverbanden is in de regio op een organische manier gegroeid. De zeven subregio’s hebben elk een taakgroep. In deze taakgroep is altijd een functionaris passend onderwijs vanuit het samenwerkingsverband aanwezig en een beleidsmedewerker van een gemeente. Deze constructie zorgt voor continuïteit. Ook als bijvoorbeeld door verkiezingen wethouders wisselen.
De zeven subregio’s voeren elk uit wat ze gezamenlijk in de taakgroepen hebben uitgewerkt. Dit wordt gefaciliteerd door beleid en bestuur. Daarbij is de uitvoering doelgericht en de taakgroepen oplossingsgericht. Het kernteam jeugd & onderwijs is de schakel tussen beleid en uitvoering. En met de wethouders die uiteindelijk de besluiten nemen, zijn korte lijnen.
Organisme samenwerking jeugd & onderwijs
Op uitvoerend, coördinerend en bestuurlijk niveau wordt in samenhang samen gewerkt aan de ambitie kinderen en ouders passende ondersteuning te geven daar waar mogelijk.

Bron: Passend Onderwijs De Kempen
Het onderzoek
Aan de slag met het inventarisatiekader
In november 2020 ging de zorgarrangeur samen met de adjunct-directeur van de Groote Aard aan de slag. Eerst brachten de zorgarrangeurs met het inventarisatiekader van DSP en Oberon de twaalf veel voorkomende ondersteuningsvragen in de regio in beeld. Daarbij stelden zij vast:
- hoeveel tijd ermee gemoeid was
- welk type professional vanuit onderwijs en zorg de ondersteuning op zich nam
- wie die professional betaalde
- op basis van welke wet de bekostiging plaatsvond; en
- wat de hoogte van de toegekende toelaatbaarheidsverklaring (TLV) voor het onderwijs was.
Door het ordenen van al deze gegevens in verschillende schema’s ontstond een helder overzicht. Dat werd vervolgens in verschillende overleggen besproken aan de hand van een aantal centrale vragen:
- Komen de gegevens overeen met het beeld dat we zelf hebben?
- Kunnen we de gegevens verklaren?
- Hoe waarderen we de situatie en vinden we dat er verbeteracties nodig zijn?
In gesprek over de uitkomsten
Het bespreken van de inventarisatie gaf de regio een betere kijk op de ondersteuning die leerlingen krijgen en nodig hebben. Zowel op groepsniveau als op schoolniveau. Leerkrachten bleken 40 procent van hun tijd te besteden aan zorgtaken. Ook werd duidelijk dat het schoolbestuur, naast onderwijs, ook een deel van het (paramedisch) zorgpersoneel financiert. Dat riep direct allerlei vragen op over hoe de zorg georganiseerd is en waar de verantwoordelijkheden liggen. Bijvoorbeeld: ‘Is de inzet van een leerkracht voor zorgtaken wel efficiënt?’; ‘Hoe kunnen we dit beter organiseren?’; ‘Welke taken horen bij de school en welke bij de zorg?’; ‘Als het niet goed gaat met een leerling en de zorgprofessional is niet op school, neemt het onderwijzend personeel de ondersteuning dan over?’
Al deze vragen droegen bij aan het gesprek over het versterken van de organisatie van zorg in onderwijstijd vanuit de verschillende taken en verantwoordelijkheden. De heldere en overzichtelijke data bevorderen een gedeelde analyse en zorgen ervoor dat er veel minder discussie is over wie wat zou moeten doen of financieren. Ook heeft de regio beter inzicht in wat de scholen aan ondersteuning kunnen bieden.

Persona’s als hulpmiddel
Naast het inventarisatiekader hielpen de zorgarrangeurs ook met een beter beeld krijgen van de leerlingen. Om welke leerlingen gaat het, wat is hun ondersteuningsvraag en wat hebben zij nodig om naar school te kunnen gaan? Om hier een duidelijker antwoord op te krijgen, hadden de zorgarrangeurs ‘persona’s’ opgesteld. Een persona is een denkbeeldige persoon die staat voor een groep kinderen met overeenkomstige ondersteuningsvragen. Omdat hiermee het kind centraal wordt gezet, is het gebruik van persona’s een belangrijke basis voor het gesprek tussen alle betrokkenen, dus ook met zorgverleners en ouders.
Daarnaast zijn er ook populatiebeschrijvingen gemaakt. Een populatiebeschrijving brengt, in tegenstelling tot een persona, de gehele doelgroep in kaart op basis van een aantal onderwerpen, zoals schoolprestatie en ondersteuningsvragen. Zie ook Evaluatieverslag-ZiO-Onderwijsconsulenten
De meerwaarde van het werken met persona’s werd in regio De Kempen al snel duidelijk. Door per groep in beeld te brengen wat kinderen nodig hebben, groeide het inzicht dat een meer collectieve inzet van jeugdhulp nodig was, met extra begeleiding maar zonder individuele indicaties. Dit zou bovendien kosten besparen.

Bron: Onderwijsconsulenten
De aanpak samengevat
Met behulp van de resultaten uit het inventarisatiekader van DSP/Oberon gingen de adjunct-directeur en zorgarrangeur aan het werk om collectieve financiering te realiseren voor een geselecteerde groep leerlingen. Samen met de inzet van de verschillende tools van de zorgarrangeur, waaronder de persona’s, leidde dit tot nieuwe inzichten in hoe om te gaan met de ondersteuning van leerlingen. School en zorgarrangeur brachten deze inzichten ook weer onder de aandacht van ouders. Ook gaven zij diverse presentaties over het onderwerp om Zorg in Onderwijstijd bij ketenpartners op de agenda te krijgen. Gezamenlijk zochten zij steeds opnieuw naar platforms om de data onder de aandacht te brengen. Hierbij maakten zij gebruik van het netwerk van de school en de zorgarrangeur.
Extra inzichten door het werken met data
Het werken met de verzamelde data had ook nog andere effecten in de regio:
- Een cijfermatige onderbouwing laat minder ruimte voor discussies tussen gemeenten en het onderwijs over passend onderwijs en de financiering daarvan.
- Voor alle partijen, school, gemeenten, samenwerkingsverbanden én ouders, wordt concreter: - wat de school zelf kan bieden aan ondersteuning - wat extra nodig is aan zorg. Bijvoorbeeld aanvullende, meer specialistische jeugdhulp of awbz (algemene wet bijzondere ziektekosten); en - wat dat aan inzet en middelen vraagt van zorgpartijen.
- De uitwerking hielp de Groote Aard in de gesprekken met gemeenten en samenwerkingsverbanden. Zo is er nu een werkgroep ingesteld voor collectieve financiering voor de leerlingen van de Groote Aard.
- En inmiddels zijn vanuit de gemeenten ook de inkooporganisaties betrrokken bij het realiseren van collectieve financiering van de jeugdzorginzet.
Conclusie
Het onderzoek in regio De Kempen laat zien dat het bestuurlijk draagvlak voor collectieve financiering is toegenomen door met cijfers de ondersteuningsbehoeften en de benodigde jeugdzorginzet bij de Groote Aard concreet in beeld te brengen. Om die collectieve financiering te kunnen vormgeven, is een structuur nodig waarin de juiste personen met elkaar samenwerken.
Dat zijn: wethouders met mandaat op dit thema, beleidsmakers voor het maken en evalueren van plannen en uitvoerende professionals en coördinatoren voor het uitvoeren daarvan. Het is die samenwerkingsstructuur die een belangrijke voorwaarde was dat de uitkomsten van het onderzoek door de zorgarrangeurs geleid hebben tot verdere actie richting collectieve financiering.
Maar ook de juiste mensen die ervoor zorgen dat organisaties in beweging komen. En die zorgen voor een structuur waarin samengewerkt kan worden. Door de gedreven inzet van de adjunct-directeur van de Groote Aard en de zorgarrangeur wisten zij andere professionals te betrekkken. Door de deelname van de Groote Aard aan het onderzoek heeft Zorg in Onderwijstijd een belangrijke stempel gedrukt op de verdere ontwikkeling van collectieve financiering voor leerlingen van de Groote Aard.
Dit artikel is gebaseerd op de bijdrage van Janine van Os van Samenwerkingsverband PO De Kempen en Ine van de Rijt, zorgarrangeur van Onderwijsconsulenten, aan het Oplossingenlab 11 op op 14 februari 2023. Voor meer informatie: zorgarrangeurs@onderwijsconsulenten.nl | jvanos@podekempen.nl