Hoe begin je?

Het werken met drie kennisbronnen geeft een compleet beeld. Maar kan ook de vraag oproepen waar je moet beginnen. Hieronder vind je in de tabel wanneer je welke kennisbron gebruikt, wat het oplevert en wat de plus- en minpunten zijn. Ook lees je wat je kan doen als kennisbronnen niet hetzelfde zeggen.

Wanneer kies je welke kennisbron?

Vorm
Wanneer kies je dit?
Wat levert het op?
Pluspunten
Minpunten
Kwalitatieve wetenschappelijke kennis
Als je wilt begrijpen hoe en waarom iets werkt, of hoe jongeren, ouders of professionals iets ervaren
Inzicht in ervaringen, betekenissen, motivaties en processen achter cijfers en beleid
Geeft verdieping en context; helpt om cijfers te duiden; laat stem van betrokkenen zien
Vaak kleinere groepen; kwaliteit hangt sterk af van zorgvuldige uitvoering en analyse
Kwantitatieve wetenschappelijke kennis
Als je uitspraken wilt doen over aantallen, trends, verbanden of effecten
Cijfers, percentages en statistische verbanden die iets zeggen over hoe vaak of in welke mate iets voorkomt
Vaak generaliseerbaar; geschikt voor onderbouwing van feiten en trends; duidelijk en concreet
Zegt weinig over achterliggende redenen; context en beleving ontbreken; risico op versimpeling
Collectieve wetenschappelijke kennis
Als je een betrouwbaar overzicht wilt van wat de wetenschap als geheel laat zien over een vraagstuk of interventie
Samengebracht en gewogen resultaat van meerdere studies; stand van de wetenschap
Sterke onderbouwing; minder afhankelijk van één studie; breed gedragen beeld
Kan minder actueel zijn; kwaliteit verschilt per review; soms weinig praktische duiding
Vorm
Wanneer kies je dit?
Wat levert het op?
Pluspunten
Minpunten
Groepsgesprek/casusbespreking met professionals
Als je wilt weten hoe verschillende hulpverleners of professionals een situatie aanpakken
Een overzicht van wat zij hetzelfde doen en waar ze juist van elkaar verschillen
Veel ideeën tegelijk, je ziet patronen, mensen leren ook van elkaar
Kost veel organisatie, risico dat een paar mensen het gesprek overheersen
Individueel interview met een professional
Als je één persoon uitgebreid wilt bevragen over diens ervaring of aanpak
Een gedetailleerd verhaal met uitleg over keuzes en gevolgen
Je krijgt veel diepgang, de professional kan open praten
Slechts één mening/ervaring, kost tijd als je meer mensen wilt spreken
Casusbeschrijving
Als je één praktijkvoorbeeld helder wilt vastleggen zodat anderen ervan kunnen leren
Een stap-voor-stap verhaal van een situatie met wat er goed ging of lastig was
Makkelijk te delen, goed als leermateriaal
Afhankelijk van hoe goed iemand het kan uitleggen, soms te smal of anekdotisch
Vorm
Wanneer kies je dit?
Wat levert het op?
Pluspunten
Minpunten
Groepsgesprek met jongeren of ouders
Als je wilt horen wat veel jongeren/ouders hetzelfde meemaken en waarin ze van elkaar verschillen
Gezamenlijke verhalen die laten zien welke ervaringen vaker voorkomen
Geeft brede en herkenbare inzichten, deelnemers voelen zich vaak gesteund
Niet iedereen durft alles te zeggen, vraagt een veilige sfeer en goede begeleiding
Individueel interview met jongere of ouder
Als je het persoonlijke verhaal van één persoon echt wilt begrijpen
Een diepgaand en emotioneel verhaal dat duidelijk maakt wat belangrijk was
Heel persoonlijk en gedetailleerd, ruimte voor emoties
Kost tijd, lastig te vergelijken met andere verhalen tenzij je er meer verzamelt
Eerste-persoonstekst
Als je wilt dat iemand diens verhaal letterlijk in eigen woorden vertelt (bijvoorbeeld voor beleid of een brochure)
Een geschreven of verteld verhaal dat de stem van de jongere/ouder zelf laat horen
Heel krachtig en authentiek, maakt veel indruk
Niet iedereen kan of wil zelf schrijven, vaak hulp nodig bij het opschrijven

Wat als kennisbronnen niet hetzelfde zeggen?

De drie kennisbronnen vullen elkaar aan, maar geven niet altijd dezelfde boodschap. Dat is niet erg: verschillen laten juist zien hoe complex een vraagstuk is. Wetenschappelijke kennis kan bijvoorbeeld een gemiddeld effect laten zien, terwijl ervaringskennis duidelijk maakt dat dit effect niet voor iedereen zo werkt. Praktijkkennis kan vervolgens verklaren waardoor dat komt.

Wanneer kennisbronnen schuren:

  • Maak verschillen duidelijk: benoem wat elke bron zegt en vanuit welk perspectief.
  • Kijk naar de context: voor wie, wanneer en in welke situatie geldt iets?
  • Weeg de kwaliteit: hoe stevig is de onderbouwing per bron?
  • Zoek naar verklaringen: verschillen zijn vaak aanleiding voor verdieping, niet voor het kiezen van één ‘gelijk’.

Het doel is niet om de verschillen weg te werken, maar om een volledig en eerlijk beeld te geven.

Voorbeeld

In een wetenschappelijk artikel lees je dat een bepaalde interventie gemiddeld leidt tot minder uithuisplaatsingen. Tegelijkertijd vertellen ouders in ervaringsverhalen dat zij zich door deze aanpak juist onvoldoende gehoord voelen. Van praktijkprofessionals hoor je dat de interventie vooral goed werkt als er voldoende tijd is voor relatieopbouw.

Stel je wilt dit, zonder een van de drie opvattingen te negeren, in een tekst voor een kennisdossierpagina willen verwerken, zou je dat bijvoorbeeld zo kunnen doen:

“Onderzoek laat zien dat deze interventie gemiddeld bijdraagt aan het voorkomen van uithuisplaatsingen. Tegelijkertijd geven ouders en jongeren aan dat goede samenwerking en gehoord worden hierin cruciaal zijn. Professionals benadrukken dat de aanpak vooral effectief is wanneer er ruimte is voor maatwerk en relatieopbouw.”

Naar wetenschappelijke kennis
Naar praktijkkennis
Naar ervaringskennis