Zorg in Onderwijstijd

In februari informeerden staatssecretaris Becking (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) en staatssecretaris Tielen (Jeugd, Preventie en Sport) de Tweede Kamer via een Kamerbrief over de verbeteraanpak Zorg in Onderwijstijd (ZiO). Tijdens de workshop lichtten Nanette Smit (VWS) en Ayse Candan (VNG) de beleidslijn uit de Kamerbrief toe en gingen zij in gesprek met deelnemers over wat er nodig is in de praktijk.

Doelen en Kernboodschappen

De workshop had twee doelen: (1) uitleg geven over wat er in de Kamerbrief staat en welke afwegingen zijn gemaakt, en (2) ophalen wat partijen in de praktijk nodig hebben om met ZiO aan de slag te gaan.

Een belangrijke boodschap was dat wetgeving kan helpen, maar niet alle knelpunten oplost. Daarnaast moet wetgeving voldoende ruimte bieden om lokaal en regionaal te doen wat nodig is, passend bij de context van de school en de leerlingen. Daarom is naast wetgeving ook praktische ondersteuning georganiseerd.

Tot slot werd benadrukt dat zowel de wetgeving als de praktische ondersteuning niet alleen gericht is op het gespecialiseerd onderwijs maar ook van toepassing zijn op het regulier onderwijs.

Wettelijke opdracht om samenwerkingsafspraken te maken

Tijdens de workshop lichtten de sprekers toe dat de verbeteraanpak ZiO op dit moment vooral is uitgewerkt voor het gespecialiseerd onderwijs, met name voor cluster 3 en 4. Daarbij werd benadrukt dat de ambitie breder is: uiteindelijk moet ZiO mogelijk zijn voor alle vormen van onderwijs, in lijn met de beweging richting inclusief onderwijs.

In de toelichting werd ingegaan op het wetsvoorstel Reikwijdte Jeugdwet, waar op dit moment consultatie voor loopt. Voor cluster 3 en 4 bevat dit voorstel een aantal maatregelen die gemeenten, samenwerkingsverbanden en scholen – en waar nodig ook zorgkantoren – verplichten om samenwerkingsafspraken te maken over zorg en ondersteuning tijdens onderwijstijd.

De sprekers gaven aan dat deze afspraken bij voorkeur regionaal worden georganiseerd, zoals het wettelijk vastgelegde Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO) tussen samenwerkingsverbanden en gemeenten, en gericht zijn op het collectief organiseren en inkopen van ZiO. Daarbij verschuift het uitgangspunt van overleg gericht op overeenstemming naar een opdracht om daadwerkelijk tot afspraken te komen. Om dit te ondersteunen, moeten betrokken partijen hiervoor een geschillenregeling opstellen. Het uitgangspunt is om zoveel mogelijk aan te sluiten bij al bestaande lokale en regionale overlegtafels, zodat er geen nieuwe structuren hoeven worden opgezet.

Vanuit de deelnemers werd de vraag gesteld wie binnen deze voorgestelde werkwijze de regie heeft. In het voorstel ligt die regierol voor het organiseren van het overleg bij de gemeente, binnen een gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeente, scholen, samenwerkingsverbanden en zorgkantoren om verdere afspraken te maken over inhoud, proces en organisatie. Daarbij gaat het om jeugdhulp vanuit de Jeugdwet en zorg op basis van de Wet langdurige zorg (Wlz). Zorg vanuit de Zorgverzekeringswer (Zvw) blijft een apart spoor, mede omdat dit vaak individueel maatwerk betreft en minder geschikt is voor collectieve inkoop. Het staat betrokken partijen vrij om indien gewenst hierover afspraken te maken.

Ook werd stilgestaan bij de situatie in cluster 1 en 2. Omdat in deze clusters geen samenwerkingsverbanden bestaan, werkt een verplichting via Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO)-structuren minder goed. Samen met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is daarom gezocht naar een praktische oplossing voor deze relatief kleine groep kinderen en jongeren. Voor deze clusters is ZiO daarom opgenomen in de landelijke inkoop van jeugdhulp.

Houvast rondom praktische ondersteuning

Tijdens de workshop werd toegelicht dat de Kamerbrief, naast de wetgevingslijn, ook ingaat op de verschillende vormen van ondersteuning die nu al beschikbaar zijn om in de praktijk sneller stappen te zetten. De sprekers noemden daarbij onder meer de Leidraad Zorg in Onderwijstijd (die regelmatig wordt geactualiseerd), de inzet van zorgarrangeurs (via subsidie, zonder kosten voor betrokken partijen), webinars over de leidraad en bijeenkomsten vanuit het netwerk Met Andere Ogen.

In reactie hierop gaven meerdere deelnemers aan behoefte te hebben aan meer houvast bij het maken van afspraken over de inzet van deze ondersteuning in de praktijk. Zij stelden vragen over wat minimaal nodig is om tot uitvoerbare afspraken te komen.

Ondersteuning voor kinderen met een ernstige meervoudige beperking

Tijdens de workshop gingen de sprekers in op de EMB-regeling voor kinderen met een ernstige meervoudige beperking. Zij lichtten toe dat deze regeling vanuit het ministerie van OCW een budget van 5 miljoen per jaar kent en tijdelijk is opgehoogd met nog eens 5 miljoen per jaar tot en met 2027. Ook werd aangegeven dat dit jaar een evaluatie plaatsvindt om inzicht te krijgen in hoe en door wie de regeling in de praktijk wordt gebruikt.

In reactie hierop gaven deelnemers aan dat zij in de praktijk zien dat niet alle kinderen en jongeren toegang krijgen tot deze regeling. Dit hangt samen met het feit dat een toelaatbaarheidsverklaring (TLV) voor cluster 3 een voorwaarde is voor toegang tot de regeling. De doelgroepomschrijving is duidelijk, maar de toekenning van TLV’s wordt in de praktijk wisselend toegepast door samenwerkingsverbanden. Deelnemers benoemden dat dit voor scholen en ouders onduidelijkheid oplevert en kan leiden tot ongelijkheid tussen regio’s.

Daarnaast werd de bredere vraag gesteld hoe kinderen en jongeren met een ernstige meervoudige beperking goed worden meegenomen in de beweging richting inclusief onderwijs.

De rol van zorgkantoren

Ook de rol van zorgkantoren kwam aan bod. Daarbij werd toegelicht dat zorgkantoren in sommige regio’s nog beperkt inhoudelijk betrokken zijn, terwijl hun deelname juist belangrijk is om afspraken te maken over de inzet van langdurige zorg (Wlz) op school.

De sprekers benadrukten dat inzet van zorg op school niet ten koste zou moeten gaan van het persoonsgebonden budget (pgb) dat thuis wordt ingezet. Nanette gaf aan dat eerdere experimenten aantonen dat het mogelijk is om zorg goed te verdelen tussen school en thuis, maar dat dit wel vraagt om heldere proces- en inhoudsafspraken.

In de workshop werd geadviseerd om deze afspraken niet alleen met zorgkantoren te maken, maar ook bestuurlijk vast te leggen. Daarbij werd verwezen naar de bestaande leidraad.

Daarnaast kwam ook het belang van goede communicatie met ouders naar voren, met name over wat ZiO betekent en hoe de inzet van zorg op school zich verhoudt tot de zorg thuis.

Dit artikel is gebaseerd op de workshop ZiO van het Oplossingenlab op 7 april 2026.

Inzichten van deelnemers
Online community

Deel deze pagina