Hoe kinderdagcentrum De Zeester kinderen stap voor stap naar onderwijs begeleidt
Voor sommige jonge kinderen met een verstandelijke beperking en complexe problematiek is onderwijs binnen een schoolsetting nog niet vanzelfsprekend. Bij kinderdagcentrum De Zeester in Noordwijk wordt daarom onderwijs naar de zorglocatie gebracht. Kinderen krijgen er in hun vertrouwde omgeving onderwijs op maat, met als doel toe te groeien naar een plek binnen het speciaal onderwijs. Tijdens het Oplossingenlab vertelde directeur Natalie van Beerst-Nederend van speciale onderwijsvoorziening De Duinpieper hoe deze samenwerking tussen onderwijs en zorg tot stand kwam.
Wanneer school nog een stap te groot is
Natalie is sinds twee jaar directeur van Speciaal Onderwijsvoorziening De Duinpieper voor zeer moeilijk lerende kinderen (zmlk) in Noordwijk, onderdeel van Resonans Onderwijs. Zij is mede-initiatiefnemer van het traject waarbij onderwijs wordt aangeboden binnen de zorglocatie van kinderdagcentrum (KDC) de Zeester van ’s Heeren Loo.
Het project op de Zeester richt zich op leerlingen uit de Duin- en Bollenstreek die dagbesteding volgen op KDC de Zeester. De ondersteuningsbehoeften van deze leerlingen overstijgen vaak het aanbod binnen het Speciaal Onderwijs (SO) en Voortgezet Speciaal Onderwijs (VSO). De stap naar onderwijs binnen de schoolmuren is voor hen nog te groot. Zij hebben behoefte aan een gerichte, schoolvoorbereidende aanpak die hun ontwikkeling richting onderwijs mogelijk maakt, met als doel toe te groeien naar een SO- of VSO-locatie. Het is belangrijk dat leerlingen in ieder geval de kans krijgen om te onderzoeken of het toegroeien naar een schoolse setting mogelijk is.

Natalie van Beerst-Nederend, directeur van speciale onderwijsvoorziening De Duinpieper
Nieuwe stap: onderwijs-zorggroepen
Resonans Onderwijs, de samenwerkingsverbanden Duin- en Bollenstreek PO en VO en ’s Heeren Loo sloegen de handen ineen om onderwijs binnen de zorgsetting mogelijk te maken. Een jaar lang onderzochten de betrokken partijen of het initiatief haalbaar was. Het uitgangspunt daarbij was dat kinderen ook kunnen leren en zich ontwikkelen wanneer deelname aan een schoolse setting nog niet mogelijk is. In dat geval komt het onderwijs naar het kind toe, in plaats van andersom.
‘En het is geslaagd’, vertelt Natalie. ‘Onderwijs in zorg is een mooie toevoeging voor deze kinderen. Want ondanks dat kinderen nog niet naar school kunnen, kunnen zij wel werken aan hun ontwikkeling en schoolse vaardigheden. Daar zijn we trots op.’
Met vijftien jaar ervaring in het regulier onderwijs had Natalie al langer de overtuiging dat kinderen met een verstandelijke beperking meer ontwikkelkansen verdienen. De motivatie om met het traject te beginnen is voor haar ook persoonlijk. ‘Ik heb een broer met het Syndroom van Down, waardoor ik altijd affiniteit met de doelgroep heb gehad.’ Die affiniteit met de doelgroep speelde een belangrijke rol bij het daadwerkelijk zetten van deze stap.
Waarom maatwerk nodig is
Natalie vertelt dat het toevoegen van onderwijs binnen de zorgsetting een intensief proces is geweest. Die keuze vroeg lef, maar gaf ook richting. ‘Door te starten, kon de praktijk ons leren wat werkte en wat niet’.
Juist voor kinderen met een verstandelijke beperking in combinatie met complexe problematiek is individueel maatwerk noodzakelijk. Het gaat om een passende leerroute, waarbij ieder kind gebruikmaakt van een combinatie van onderwijs en zorg die aansluit bij de eigen mogelijkheden en ontwikkeling.
Natalie benadrukt waarom zij dit zo belangrijk vindt: ‘Het gaat om jonge kinderen van vijf à zes jaar voor wie de deur naar onderwijs soms al gesloten lijkt. Kan je je voorstellen dat de deur naar onderwijs soms al dichtzit, terwijl een ontwikkeling bij kinderen met een verstandelijke beperking juist later op gang komt? Niet alle ouders ondernemen stappen om te onderzoeken of hun kind onderwijs kan volgen. Zij krijgen te horen dat hun kind niet naar onderwijs kan en laten het daarbij. Dat is toch verschrikkelijk?’
Onderdeel van het fasemodel onderwijs-zorgcontinuüm
Voor dit traject maken wij gebruik van het fasenmodel onderwijs-zorgcontinuüm van Holland Rijnland. Dit helpt om met elkaar het goede gesprek te kunnen voeren wie, wanneer in welke fase zit. Natalie vertelt dat het initiatief begon in 2024, kort nadat zij startte als directeur. ‘Toen zei ik: dit moeten we gewoon gaan doen. Maar er waren nog zoveel vragen en puzzels. Wanneer spreek je van onderwijs en wanneer van zorg? Waar liggen de verantwoordelijkheden?’ Dat leidde tot intensieve gesprekken tussen scholen, zorginstellingen en het samenwerkingsverband PO, VO en Holland Rijnland. Vanuit die gesprekken is het onderwijs-zorgcontinuüm verder uitgewerkt, waarin zorg en onderwijs geleidelijk in elkaar overlopen.
Om daar meer richting aan te geven, werd ondersteuning geboden door procesregisseur Jeroen van ’t Wout van Holland Rijnland. Hij droeg bij aan de ontwikkeling van onderwijs binnen Kinderdagcentum De Zeester.
De leerlingen van de KDC De Zeester bevinden zich in fase 2 van het fasemodel onderwijszorg-continuüm van Holland Rijnland. In fase 1 ligt de ondersteuning volledig bij de zorg. In fase 3 wordt onderwijs in groepsvorm aangeboden binnen de zorgsetting. In fase 3 en 4 groeien leerlingen verder toe naar een schoolse setting.
‘Het traject duurt twee jaar’, legt Natalie uit. ‘Binnen die twee jaar stimuleren we kinderen om een volgende stap te zetten. Zo groeien zij bijvoorbeeld van een arrangement met 20% onderwijs naar een arrangement van 50% onderwijs en 50% zorg. Dan kunnen zij instromen op school, in een groep waarin medewerkers vanuit zowel de zorg als het onderwijs samenwerken. Uiteindelijk hopen we dat leerlingen kunnen doorstromen naar een reguliere groep binnen het speciaal onderwijs, waar alleen maar onderwijspersoneel staat met affiniteit voor de zorg. Dit geldt voor het SO, maar doorstroom naar VSO is ook mogelijk.’
Samen kijken wat een kind nodig heeft
Leerlingen komen in aanmerking voor het traject wanneer de orthopedagoog van De Zeester signaleert dat het kind ontwikkelingsmogelijkheden heeft richting onderwijs. Hiervoor wordt gebruikgemaakt van observaties in de groep en individuele diagnostiek. Dit wordt besproken met ouders, waarna Resonans Onderwijs wordt gevraagd om mee te kijken. Dit betekent dat de zorg in de lead is en dat onderwijs een toevoeging kan zijn.
Vervolgens brengt de intern begeleider van SO De Duinpieper of VSO Het Duin via observaties de onderwijsbehoeften van het kind in kaart. Hiervoor maakt de intern begeleider gebruik van een kijkwijzer onderwijs in zorg.
Wanneer zowel de orthopedagoog als de intern begeleider signaleren dat de leerling toe is aan deelname aan het traject, wordt dit besproken binnen de commissie van begeleiding (CVB).
Ook het samenwerkingsverband wordt betrokken bij de afstemming. Bij overeenstemming over de ondersteuningsbehoeften en het aanbod wordt een toelaatbaarheidsverklaring (TLV) aangevraagd. Na afgifte van de TLV wordt de leerling ingeschreven bij SO De Duinpieper of VSO Het Duin en kan het onderwijs binnen de zorgsetting starten.
Kleine stappen richting onderwijs
Het onderwijsaanbod richt zich op het ontwikkelen van schoolse vaardigheden en executieve functies. Er is aandacht voor didactische vakken, zoals taal en rekenen. Dit krijgt bijvoorbeeld vorm via bewegend leren, praktijklessen of een stage binnen een onderwijssetting.
Op de Zeester heeft de onderwijsbegeleider een eigen lokaal met onderwijsmiddelen. Kinderen krijgen daar vier dagen per week onderwijs op maat, in een vertrouwde zorgomgeving. De begeleiding is intensief; veel kinderen starten met één‑op‑één ondersteuning. Zij worden opgehaald uit de groep en gaan mee naar het lokaal van de onderwijsbegeleider om daar onderwijs te volgen.
‘Op dit moment krijgen kinderen vooral één-op-één begeleiding. De volgende stap is kijken waar kleine groepjes mogelijk zijn. Kinderen leren natuurlijk ook veel van elkaar. We onderzoeken daarom waar bijvoorbeeld twee kinderen tegelijk onderwijs kunnen volgen, of waar de onderwijsbegeleider juist binnen een groep activiteiten kan aanbieden waardoor er meer kinderen kunnen aansluiten.’
Onderwijs en zorg echt samen
Leerkrachten en persoonlijk begeleiders vormen een team rondom het kind. Het onderwijs vindt plaats binnen de zorgsetting, in een eigen lokaal dat rust en structuur biedt. Daarmee wordt voorkomen dat onderwijs een ‘extraatje’ wordt; het is een geïntegreerd onderdeel van het dagelijks aanbod. Iedere zes weken bespreken medewerkers gezamenlijk de voortgang van de kinderen en sturen waar nodig bij.
Waar onderwijs en zorg eerder meer gescheiden werelden waren, wordt nu bewust gekozen voor samenwerking en integratie. Natalie zegt daarover: ‘Het is niet meer alleen brengen en halen tussen school en zorg. We doen het echt samen.’
Ze is trots op wat er tot nu toe is bereikt. ‘Wat in het begin voelde als samenwerken tegenover elkaar, is gaandeweg veranderd in samen optrekken. Door elkaar beter te leren kennen ontstond vertrouwen en meer ruimte om vanuit de groep en de professionals zelf nieuwe stappen te zetten. Niet alles wordt vooraf vastgelegd; juist de initiatieven van medewerkers in de praktijk zijn richtinggevend.’
Kwetsbaar maar waardevol
Het initiatief kent ook kwetsbaarheden. Juridische en financiële vraagstukken, personeelstekorten en ingewikkelde wetgeving maken het traject soms complex. De organisatie leunt sterk op bekostiging via individuele indicaties voor de personele inzet. Ook administratieve lasten, verschillende systemen en privacyregels maken samenwerking ingewikkeld.
Zo vertelt Natalie dat kinderen die extra ondersteuning nodig hebben een toelaatbaarheidsverklaring nodig hebben om onderwijs vanuit het speciaal onderwijs te kunnen krijgen. ‘Dat bieden wij, maar ze komen niet fysiek bij ons op school’, legt zij uit. Volgens haar is de huidige bekostigingsconstructie nog niet ideaal. ‘Het hangt nu af van individuele bekostiging, terwijl we meer toe willen naar groepsgerichte bekostiging.’
Daarnaast benadrukt Natalie dat het initiatief ook organisatorisch kwetsbaar is. Bijvoorbeeld bij uitval van personeel. ‘Als de leerkracht ziek is, heb je meteen een probleem’, vertelt zij. ‘Het is niet zo dat je zomaar iemand anders kunt sturen. Het gaat heel erg om de relatie, connectie en verbinding met het kind. Het is erg fragiel.’ Ook vanuit onderwijs vraagt het traject veel, bijvoorbeeld omdat er naast een perspectiefplan voor de zorg ook een perspectiefplan voor onderwijs moet worden opgesteld. ‘Dat doen we, maar we willen zoveel mogelijk tijd besteden aan de kinderen en zo min mogelijk aan andere dingen.’ Deze kwetsbaarheden leiden tot reflectie op de huidige inrichting van onderwijs en zorg.
Toch laten de eerste resultaten zien dat de aanpak werkt. Volgens Natalie hebben inmiddels meerdere kinderen de overstap naar onderwijs kunnen maken. ‘Vorig jaar is een jongetje van zes bij ons op school begonnen en na de zomervakantie stromen er opnieuw twee kinderen door vanuit de Zeester naar onze SO-school.’
De blik op de toekomst
De ambitie reikt verder dan De Zeester. Betrokken partijen willen deze manier van werken delen en verder ontwikkelen, ook in andere regio’s. Natalie vertelt dat Resonans Onderwijs daarom ook met andere kinderdagcentra in de Duin- en Bollenstreek in gesprek is om onderwijs binnen de zorgsetting verder uit te breiden. ‘Wij willen heel graag dat deze olievlek groter wordt.’
Daarbij zoeken zij nadrukkelijk naar ervaringen van anderen: wat helpt, waar schuurt het, en hoe houden we het vol? Ondanks de uitdagingen blijft de gezamenlijke ambitie volgens Natalie duidelijk: ‘We willen dat deze kinderen een plek hebben waar zij zich kunnen ontwikkelen, op een manier die bij hen past.’
Dit initiatief laat zien dat het mogelijk is om onderwijs en zorg echt te verbinden en daarmee nieuwe ontwikkelkansen te creëren voor kinderen die anders tussen wal en schip dreigen te vallen. De belangrijkste les tot nu toe is volgens Natalie misschien wel deze: ‘Wacht niet tot alles klopt. Begin, leer onderweg en durf samen nieuwe vormen te ontwikkelen. Voor kinderen die anders te lang aan de zijlijn staan, kan dat het verschil maken.’
Dit artikel is gebaseerd op de bijdrage van Natalie van Beerst-Nederend aan het Oplossingenlab op 7 april 2026.