Voor ieder kind een passende ontwikkelplek, zo dicht mogelijk bij huis
Tijdens het Oplossingenlab vertelde Marieke Heinsman, manager bij Cordaan Jeugd, hoe in Amsterdam wordt gewerkt aan combinaties van onderwijs en zorg voor kinderen en jongeren met een beperking of extra ondersteuningsbehoeften. Volgens haar is de ambitie helder: ‘voor ieder kind een passende ontwikkelplek, zo dicht mogelijk bij huis.’
Van zorg óf onderwijs naar zorg én onderwijs
Al jarenlang werkt Cordaan samen met het speciaal onderwijs in zogeheten zorg-onderwijsgroepen. Het uitgangspunt daarbij is dat kinderen recht hebben op een combinatie van zorg en onderwijs, zonder strikte scheiding tussen beide.
Volgens Marieke is die scheiding in de praktijk vaak niet helpend. ‘We moeten stoppen met de vraag: is het zorg of onderwijs? Het hoort gewoon bij elkaar.’ Eerder waren er al zorgonderwijsgroepen. Zorggroepen in het gebouw van een speciaal onderwijsschool. Daarnaast is er al jaren ondersteuning vanuit de zorg op een aantal groepen in het speciaal onderwijs.
Met de invoering van passend onderwijs in 2014 ontstond meer ruimte om zorg en onderwijs daadwerkelijk te combineren. Zorgmedewerkers werden steeds vaker onderdeel van de klas, in plaats van dat kinderen voor zorg of begeleiding uit de klas werden gehaald.
Nieuwe stap: onderwijs-zorggroepen
Sinds september 2025 is een nieuwe fase gestart met onderwijs-zorggroepen binnen reguliere scholen. Waar eerder zorg-onderwijsgroepen vooral vanuit de zorgsetting werden georganiseerd, vindt de ondersteuning nu plaats op school. Een leerkracht uit het speciaal onderwijs werkt daarbij samen met een zorgprofessional. Nu is het een gelijkwaardige samenwerking, een leerkracht vanuit het speciaal onderwijs en een ervaren begeleider uit de zorg. Hierdoor kunnen kinderen naar school in hun eigen wijk, samen met leeftijdsgenoten en broertjes en zusjes binnenkomen en profiteren van structuur, ritme en sociale ontwikkeling. Marieke: ‘Deze kinderen hebben ook gewoon behoefte om door dezelfde deur naar binnen te gaan als andere kinderen. Je brengt twee werelden samen – onderwijs en zorg – en dat is best ingewikkeld. Maar ook heel waardevol.’
Aanleiding: lange wachtlijsten
Een belangrijke aanleiding voor deze ontwikkeling zijn de lange wachtlijsten in zorg en het speciaal onderwijs. In Amsterdam gaat het om honderden jonge kinderen die thuiszitten. ‘We hebben te maken met wachttijden van drie tot vijf jaar’, vertelt Marieke. ‘Er zijn 250 kinderen die al twee jaar thuiszitten, dat is echt schrijnend.’
Cordaan en andere aanbieders trokken daarom samen aan de bel bij de gemeente. ‘We hebben gezegd: zo kan het niet langer. We moeten iets anders doen.’ Daaruit ontstond een intensieve samenwerking tussen onder andere de gemeente Amsterdam, Philadelphia, MOC ‘t Kabouterhuis en de samenwerkingsverbanden onderwijs.
Kansrijk opgroeien in de wijk
De gezamenlijke aanpak richt zich op inclusie en nabijheid. Het uitgangspunt is dat kinderen zoveel mogelijk kunnen opgroeien in hun eigen wijk, samen met hun gezin. Volgens Marieke betekent dat: ondersteuning voor het hele gezin, inzet van zorg in kinderopvang en onderwijs, en zo min mogelijk doorverwijzing naar specialistische voorzieningen. ‘Geen kind onder de 4 naar specialistische zorg, tenzij het echt niet anders kan.’
Hoe de aanpak eruit ziet
In Amsterdam wordt al jaren gewerkt met verschillende vormen waarin zorg en onderwijs worden gecombineerd, afgestemd op de leeftijd en behoeften van kinderen.
Voor kinderen van 4 tot 12 jaar zijn er onderwijs-zorggroepen binnen reguliere basisscholen. Het gaat om kleine groepen van ongeveer acht kinderen. In deze groepen werken een leerkracht uit het speciaal onderwijs en een zorgprofessional nauw samen.
Doordat kinderen staan ingeschreven in het speciaal onderwijs en een toelaatbaarheidsverklaring hebben, kunnen onderwijs en zorg goed op elkaar worden afgestemd. ‘Dit is altijd de droom geweest die 50 procent onderwijs en 50 procent zorg’, legt Marieke uit.
Ook ondersteuning voor jonge kinderen
Voor kinderen van 0 tot 4 jaar zijn er kinderopvang-zorggroepen. Daarin wordt samengewerkt met de kinderopvang. Teams bestaan uit een pedagogisch medewerker en een zorgprofessional.
De financiering verloopt via een combinatie van kinderopvangtoeslag en jeugdhulp. Daardoor kan ook op jonge leeftijd al passende ondersteuning worden geboden.
Eerste resultaten zijn positief
De eerste resultaten van deze werkwijze zijn positief. Kinderen laten ontwikkeling zien, ervaren meer structuur en rust in hun dagelijks leven en hoeven minder gebruik te maken van vervoer, zoals taxibusjes.
Ook ouders worden actiever betrokken bij de ontwikkeling van hun kind. Zoals een betrokkene in dit filmpje vertelde: ‘Kinderen gaan lopend naar school. Dat geeft rust en een goede start van de dag.’
Marieke zegt daarover: “0ok sociaal zijn de effecten zichtbaar: ‘Je ziet dat kinderen opgaan in de groep. Dat is prachtig om te zien.’
Groei en uitbreiding
De aanpak wordt stap voor stap uitgebreid. Samen met Philadelphia zijn inmiddels twaalf groepen gestart, elk met ongeveer van acht kinderen. ‘Het doel is om door te groeien naar 21 groepen’, vertelt Marieke.
Naar verwachting komen er dit schooljaar nog ongeveer twee groepen bij. 'Volgend schooljaar breiden we verder uit. De focus ligt nu vooral op het vinden van nieuwe scholen die willen meedoen.’
Volgens Marieke is het belangrijk dat scholen zich voor langere tijd verbinden aan de aanpak, zodat de groepen stabiel kunnen blijven. Kortom: de ontwikkeling zit nog in een groeifase, waarbij uitbreiding en duurzame samenwerking met nieuwe scholen centraal staan.
Ruimte door experimenteerregeling
Door de experimenteerregeling kunnen kinderen binnen zorg-onderwijsgroepen en kinderdienstencentra worden ingeschreven in het speciaal onderwijs. ‘Daardoor kan een leerkracht meekijken op individueel niveau en in kleine groepjes.’
Samenwerking als basis
De gemeente Amsterdam geeft als opdrachtgever duidelijk aan dat partijen moeten samenwerken. Volgens Marieke helpt die duidelijke verwachting om de samenwerking daadwerkelijk vorm te geven.
Daarnaast speelt het bestaande netwerk een belangrijke rol. De betrokken organisaties werken al langer samen en kennen elkaar goed. ‘Ons bestuur werkt ook al jaren samen, dus je kent elkaar.’ Dat wederzijdse vertrouwen en de kennis elkaars werkwijze maken het makkelijker om intensief samen te werken.
Wel verschilt de samenwerking per school. ‘Toch is het algemene beeld positief: ‘Veel scholen staan achter deze aanpak.’
Samenwerking en financiering vragen aandacht
Tegelijkertijd vraagt samenwerking blijvende aandacht. Marieke: ‘Zorg en onderwijs hebben ieder hun eigen werkwijze en cultuur. Het blijft zoeken naar een gezamenlijke koers en naar gelijkwaardigheid. Het kost tijd om daarin echt samen op te trekken.’
Ook de financiering vormt een knelpunt. De bekostiging komt uit verschillende geldstromen en is vaak nog individueel geregeld per kind. Dit maakt het systeem complex en soms kwetsbaar, zeker wanneer er meer collectieve oplossingen nodig zijn.
Geschikt personeel vinden blijft lastig
Het werven van geschikt personeel is een grote uitdaging binnen de zorg. Het blijkt lastig om medewerkers te vinden die de overstap willen maken naar een onderwijs-zorggroep. ‘Veel mensen zitten goed op hun huidige plek en zijn nog niet altijd bereid om een nieuwe, onzekere uitdaging aan te gaan. Juist omdat deze vorm van werken nog in ontwikkeling is, vraagt het om flexibiliteit en bereidheid om te pionieren’, legt Marieke uit.
Om hierop in te spelen, is er binnen de organisatie bewust gekozen voor een zorgvuldige voorbereiding. Zo zijn in een vroeg stadium nieuwe medewerkers aangenomen. ‘Zij hebben een half jaar meegedraaid op bestaande locaties om ervaring op te doen. In deze periode maakten zij kennis met de werkwijze, de doelen en het aanbod, en leerden zij hoe de samenwerking met scholen vorm krijgt.’
Grenzen wet- en regelgeving
De initiatieven lopen ook aan tegen grenzen in wet- en regelgeving. Veel van de huidige mogelijkheden zijn afhankelijk van experimenteerregelingen, die voorlopig lopen tot 2028. Daarnaast zijn procedures rond indicaties en toelaatbaarheidsverklaringen vaak ingewikkeld en tijdrovend. Marieke wijst ook op de onzekerheid daarna: ‘We weten nog niet hoe het verder gaat na 2028.’
Blik op de toekomst
Ondanks deze knelpunten blijft het doel helder: ieder kind een passende ontwikkelplek in de eigen wijk. ‘Om dat te bereiken wordt ingezet op verdere uitbreiding van onderwijs-zorggroepen en intensievere samenwerking tussen organisaties. Ook is een meer structurele vorm van financiering nodig, zodat de afhankelijkheid van tijdelijke regelingen afneemt en de continuïteit beter kan worden gewaarborgd.' Maar Marieke zegt: ‘We zijn hard op weg naar een inclusieve ontwikkelomgeving voor alle kinderen in de stad. Er is een ambitie voor 2035, dit gaat om een maatschappelijke verandering, dit kost tijd.’
Dit artikel is gebaseerd op de bijdrage van Marieke Heinsman aan het Oplossingenlab op 7 april 2026.