De visie van Peter van de Laar: ‘Alles begint bij de vraag: wat heeft dit kind nodig?’

Tijdens het Oplossingenlab van 7 april stond één boodschap centraal: ieder kind heeft recht op een passende plek waar onderwijs en zorg samenkomen. Volgens Peter van de Laar, directeur van Onderwijsgroep Buitengewoon, vraagt dit om een fundamenteel andere manier van kijken. Niet vanuit systemen of labels, maar vanuit het kind zelf. ‘Alles begint bij de vraag: wie is dit kind, welke ondersteuning heeft het nodig en wat heeft het nodig om vandaag en morgen tot ontwikkeling te komen?’

Zo gewoon mogelijk waar het kan, en zo speciaal als nodig

Deze ambitie komt voort uit het Kinderrechtenverdrag, maar vooral uit de dagelijkse praktijk van kinderen, ouders en professionals. Hun gezamenlijke drijfveer is helder: ieder kind de kans geven om zich te ontwikkelen. Leerrecht voor iedereen! Dat vraagt om een passende plek: zo gewoon mogelijk waar het kan, en zo speciaal als nodig.

Onderwijs en zorg als één continuüm

Veel initiatieven in het land lopen aan tegen de traditionele scheiding tussen onderwijs en zorg. Volgens Peter wordt juist bij kinderen met intensieve ondersteuningsbehoeften extra duidelijk hoe nauw die twee met elkaar verbonden zijn. ‘Zorg gaat over vandaag goed doorkomen, onderwijs over de ontwikkeling van morgen. Maar bij deze kinderen kun je dat niet van elkaar losknippen.’

Volgens hem ontwikkelen kinderen zich juist wanneer zorg en onderwijs samen gedurende de dag op elkaar aansluiten. ‘Leren gebeurt daarbij niet alleen in de klas, maar juist ook in dagelijkse momenten van communicatie, structuur, prikkeling en herhaling. Dat vraagt om een integrale benadering waarin professionals gezamenlijk verantwoordelijkheid dragen.’

Dit artikel is gebaseerd op de bijdrage van Peter van de Laar aan het Oplossingenlab op 7 april 2026.

Ons initiatief is dan ook een samenwerking tussen 3 organisaties, te weten OGBuitengewoon (onderwijs), PSW (zorg) en Adelante (revalidatie), die vanuit hun afzonderlijke en onderscheidende expertises een integraal aanbod creëren (één kind-één plan) dat leidt tot dit continuüm.

Een gezamenlijke reis, geen vast eindpunt

Tijdens de opening van de bijeenkomst werd benadrukt dat bestaande en vandaag gepresenteerde praktijkvoorbeelden deel uitmaken van een gezamenlijke reis. Niet iedereen bevindt zich in dezelfde fase, en niet alles kan tegelijk. Ook Peter herkent dit: ‘dit werk vraagt tijd. Soms moet je eerst de basis versterken voordat je verder kunt.’

Hoewel de initiatieven van elkaar verschillen, werken ze stap voor stap toe naar hetzelfde doel: een passend aanbod voor ieder kind. Ze laten zien wat mogelijk is, maar ook hoe verschillen tussen regio’s, regelgeving en financiering het lastig maken om overal dezelfde kansen te bieden.

Kinderen écht zien

Volgens Peter begint goede ondersteuning met het daadwerkelijk zien van kinderen. ‘Niet kijken naar beperkingen, maar naar mogelijkheden’, stelt hij. ‘Alle kinderen ontwikkelen zich, maar ieder op een eigen manier en in een eigen tempo.’

Voor sommige kinderen zit ontwikkeling niet in cognitieve groei, maar in initiatief nemen, contact maken of reageren op prikkels. ‘Door deze signalen serieus te nemen, ontstaat ruimte om het kind recht te doen. Dat vraagt van professionals dat zij verder kijken dan vaste normen en gemiddelden.’

‘Niet kijken naar beperkingen, maar naar mogelijkheden. Alle kinderen ontwikkelen zich, maar ieder op een eigen manier en in een eigen tempo.’

Een aanbod dat meebeweegt

Om goed aan te sluiten bij wat kinderen nodig hebben, is een breed en gevarieerd aanbod nodig. Dat kan variëren van ‘Zorg met Onderwijs’ tot ‘Onderwijs met Zorg’ en alles daartussenin.

Peter beschrijft dit als een continuüm van arrangementen: een zorggericht arrangement voor kinderen die nog vooral stabilisatie nodig hebben, een gecombineerd arrangement waarin zorg en onderwijs in balans zijn, en een onderwijsgericht arrangement waarin zorg aanvullend is.

Belangrijk is dat kinderen kunnen doorgroeien. ‘Wat vandaag passend is, hoeft dat over een half jaar niet meer te zijn. Ontwikkeling betekent dat het aanbod moet meebewegen met het kind.’

Ruimte en vertrouwen als randvoorwaarden

Een terugkerende uitdaging is dat wet- en regelgeving vaak uitgaat van gescheiden domeinen. Onderwijs mag formeel alleen plaatsvinden op een erkende onderwijslocatie, terwijl de praktijk laat zien dat juist flexibiliteit nodig is.

Peter benadrukt het belang van experimenteerruimte. ‘Die ruimte maakt het mogelijk om te doen wat logisch is voor kinderen, zonder vast te lopen in regels.’ Tegelijkertijd vraagt dit om bestuurlijke steun en het delen van ervaringen, zodat succesvolle werkwijzen kunnen worden toegepast en geborgd.

Ook vertrouwen is essentieel: vertrouwen in professionals, in ouders en in samenwerking. ‘Kwaliteit ontstaat niet door controle, maar doordat mensen de ruimte krijgen om het goede te doen.’

Blijven bouwen aan duurzame oplossingen

De oproep vanuit de bijeenkomst en vanuit Peters verhaal is helder: blijf samenwerken, blijf leren en houd koers. Alleen zo ontstaan duurzame oplossingen waarin onderwijs en zorg goed op elkaar aansluiten. Uiteindelijk moet niet het systeem leidend zijn, maar het kind. Dat vraagt om organisaties die maatwerk durven bieden, samenwerken en stap voor stap ruimte maken voor ontwikkeling – voor ieder kind.

Dit artikel is gebaseerd op de bijdrage van Peter van de Laar aan het Oplossingenlab op 7 april 2026.

Ervaringen en praktijkvoorbeelden
Inzichten van deelnemers

Deel deze pagina