Echt gezien worden
Marieke Artz en Remke Tersluijsen kwamen bij een buurtteam van Oidos terecht toen ze in hun gezinnen heel wat te stellen hadden met het gedrag van hun zonen. Inmiddels is de basishulp afgesloten en zijn ze beiden actief in de gezinsraad van Oidos.
Marieke werd naar het buurtteam verwezen door het consultatiebureau toen ze daar hulp vroeg voor haar zevenjarige zoon Timo. ‘Hij had enorme driftbuien die ons hele gezin verstoorden en voor spanningen in mijn relatie met mijn man zorgden. Maar toen ik bij het buurtteam aanklopte, had ik niet het gevoel dat ze iets deden. Met de eerste gezinswerker klikte het ook niet en verloren we het contact. Gelukkig kregen we daarna een gezinswerker met wie het wel klikte. Die heeft ons meteen verwezen naar Karakter, de instelling voor jeugdpsychiatrie. In de wachttijd kwam de gezinswerker iedere week langs om te kijken wat we al konden doen om meer rust in huis te krijgen. Karakter kwam met de diagnose OCD, dwangstoornis, en nog iets waar wij het niet mee eens waren. Op aandringen van ons en onze gezinswerker heeft Karakter intensieve psychiatrische gezinsbehandeling (ipg) ingezet. Die behandelaar heeft ervoor gezorgd dat Timo op de wachtlijst werd gezet voor een intensieve behandeling bij Karakter. Daarvoor werd hij op doordeweekse dagen opgenomen. Daar werd uiteindelijk de diagnose autisme en OCD vastgesteld.’
De gezinswerker en de ipg’er hebben er samen voor gezorgd dat Marieke en haar man op één lijn kwamen en een nieuwe balans vonden in hun relatie. ‘Die gezinswerker zag echt wat er bij ons gebeurde en benoemde ook de positieve dingen. Hij hield ons gezin een spiegel voor.’
‘Die gezinswerker zag echt wat er bij ons gebeurde en benoemde ook de positieve dingen. Hij hield ons gezin een spiegel voor.’
Vangnet
Het contact van Remke met het buurtteam verliep anders. Zij zocht contact met het buurtteam toen ze ontdekte dat de gespecialiseerde begeleiding van haar zoon Gijs zou ophouden op het moment dat hij naar het voortgezet onderwijs ging. ‘Toen hij acht was zijn we via de huisarts voor onderzoek en diagnose bij Karakter terechtgekomen en kreeg hij de diagnose autisme. Vervolgens hebben we een intensieve psychiatrische gezinsbehandeling gekregen. En daarna kreeg Gijs thuis, op school en op de naschoolse opvang gespecialiseerde begeleiding van Knetter. Toen we wisten dat die begeleiding zou eindigen, zochten mijn man en ik een andere vorm van begeleiding die bij ons en bij onze zoon paste. Omdat we daarvoor geen geschikte aanbieder konden vinden, ben ik naar het buurtteam gegaan.’
In het contact met de gezinswerker werd al snel duidelijk dat zij en haar man wel op één lijn zaten, maar verschillend reageerden op de behoefte aan discussie van hun zoon. ‘Onze zoon was verbaal heel sterk, maar mijn man, die een stuk ouder was dan ik, wilde niet steeds met hem in discussie gaan. Ik wilde dat wel omdat hij op die manier de sociale vaardigheden kon leren die hij nodig had.’ Ze bespraken dat met de gezinswerker die ook zorgde voor de begeleiding van Gijs die het zwaar had op de middelbare school. ‘Zo werd het buurtteam ons nieuwe vangnet.’
'Met de gezinswerker heb ik nog een paar keer telefonisch contact gehad en bijna een jaar geleden hebben we het contact afgesloten. Daar sta ik nog steeds achter, maar het is een geruststellende gedachte dat ik kan bellen als het nodig mocht zijn, en dat het buurtteam dan de draad weer oppakt.’
Stand-by
De gezinswerkers maakten Remke en haar man ook duidelijk dat Gijs niet de rest van zijn leven op begeleiding zou kunnen rekenen. En dat hij die begeleiding waarschijnlijk ook niet altijd nodig zou hebben. ‘Dat was voor ons echt een eye-opener, hoe raar dat ook klinkt. Daardoor wilden we toewerken naar een stip aan de horizon: een evaluatie van de hulp aan het einde van het schooljaar in de zomer van 2024.’ Maar net toen was afgesproken dat Oidos hun dossier dan zou sluiten, kreeg haar man alvleesklierkanker en overleed hij een paar maanden later. ‘Omdat ik moeilijk kon inschatten hoe het met Gijs zou gaan en of hij geen terugslag zou krijgen, heb ik de gezinswerker gevraagd om stand-by te blijven. Dat kon. Ondertussen hield ik nauw contact met de mentor op school en hoorde ik van hem dat er op school niets aan Gijs te merken was. Het leven daar ging voor hem gewoon door. Met de gezinswerker heb ik nog een paar keer telefonisch contact gehad en bijna een jaar geleden hebben we het contact afgesloten. Daar sta ik nog steeds achter, maar het is een geruststellende gedachte dat ik kan bellen als het nodig mocht zijn, en dat het buurtteam dan de draad weer oppakt.’
Persoonlijk contact
Op de vraag wat ze met hulp van de gezinswerkers zelf anders is gaan doen, antwoordt Marieke: ‘Niet gelijk boos worden over het gedrag van mijn zoon, maar het gesprek met hem aangaan.’ Remke heeft gemerkt hoe belangrijk het is om haar zoon op tijd sociale vaardigheden mee te geven die hij in zijn dagelijks leven nodig heeft. ‘Hij is nu vijftien en heeft geleerd hoe je met mensen hoort om te gaan. Hij is ook heel goed geworden in het lezen van de lichaamstaal en het gedrag van anderen.’ Ze weet hoe belangrijk het is om naast haar drukke baan te zorgen voor rust in huis. ‘In het weekend plannen we altijd één dag helemaal niets.’
Het verschil tussen de hulp van het buurtteam en die van andere hulpverleningsinstanties zit voor Marieke vooral in het persoonlijke contact thuis. ‘Andere instanties zien niet wat er thuis aan de hand is, maar de gezinswerker ziet je echt en begrijpt daardoor je situatie. Hij of zij beoordeelt je niet, maar kijkt naar wat bij je past en wat wel goed gaat. Dat geeft je het vertrouwen dat je zelf verder kan op het moment dat de gezinswerker stopt.’
Als voorbeeld van de positieve insteek van het buurtteam noemt Marieke wat de gezinswerker deed om ervoor te zorgen dat haar zoon kon blijven voetballen. ‘Omdat mijn zoon zo graag voetbalt is de gezinswerker gaan praten met zijn trainer over het omgaan met zijn gedrag. Mijn zoon heeft daar zelf ook hard aan moeten werken, maar hij traint nu vier of vijf avonden in de week want hij wil profvoetballer worden.’
‘Andere instanties zien niet wat er thuis aan de hand is, maar de gezinswerker ziet je echt en begrijpt daardoor je situatie.
Bekendheid geven
Toen ze werden gevraagd voor de gezinsraad van Oidos, hebben Marieke en Remke zonder aarzelen ‘ja’ gezegd. ‘Omdat ik het interessant vind om mee te denken over het werk van Oidos en het belangrijk vind om aan de bekendheid en zichtbaarheid van de buurtteams te werken,’ zegt Marieke. In de gezinsraad denkt ze mee over alles wat ouders aangaat, zoals jaarplannen, teksten voor ouders of digitale toegang tot gezinsplannen.
Remke noemt nog een andere reden om actief te zijn in de gezinsraad. ‘Het contact met andere ouders ervaar ik als erg positief omdat je elkaars verhalen herkent.’
Ze ziet ook een grotere rol weggelegd voor de buurtteams in het contact tussen ouders in de wijken. ‘Om ervoor te zorgen dat mensen in de buurt meer naar elkaar omkijken en met elkaar kunnen praten over het gedrag van hun kinderen, bijvoorbeeld bij autisme. Dat gun ik iedereen.’