De verbinding met gezinnen centraal

Voor het bieden van basishulp moesten de gezinswerkers van Oidos een nieuw vak leren. Lara Gerrits vond daarbij houvast in de visie waarmee de organisatie werd opgebouwd. Inmiddels werkt ze samen met Marlies Kennis aan een goede wisselwerking tussen praktijk en beleid.

Vijf jaar geleden begonnen de gezinswerkers niet alleen te werken bij een nieuwe organisatie, ze kregen ook een nieuw vak. Lara kwam uit de verstandelijke gehandicaptenzorg en moest als gezinswerker om te beginnen omschakelen van het werken in een instelling naar het werken bij gezinnen thuis. ‘Ik vond het ook lastig om niet overal specialist in te zijn, bijvoorbeeld bij autisme waar ik weinig van afwist. Maar ik heb geleerd dat ondersteuning niet per se specialistisch hoeft te zijn als je vanuit de mogelijkheden van het gezin gaat kijken. Bijvoorbeeld, als je bij emotie-regulatieproblemen van een kind met autisme goed kijkt wanneer het misgaat, kan het helpen om aandacht te besteden aan het ritueel rond het naar bed gaan of aan het ochtendritueel. Natuurlijk moet je rekening houden met gevoeligheden, maar soms hoeft hulp in de praktijk niet heel specialistisch te zijn.’

De verschillen in opleiding en werkervaring van de gezinswerkers zijn niet doorslaggevend in de basishulp, maar worden wel benut waar het nodig is. ‘Binnen een team pakt iedereen in principe alles op,’ vertelt Lara. ‘Maar om elkaar aan te vullen, werken we altijd samen met een tweede professional. Die kunnen we vragen om mee te kijken, bijvoorbeeld als het om de veiligheid gaat. Zo heb ik zelf veel geleerd op het gebied van huiselijk geweld en kindermishandeling, waar ik eerder weinig mee te maken had gehad.’

'Natuurlijk moet je rekening houden met gevoeligheden, maar soms hoeft hulp in de praktijk niet heel specialistisch te zijn.’

Dilemma's

‘De belangrijkste uitdaging is dat je als gezinswerker als generalist op veel verschillende gebieden moet werken en moet kunnen omgaan met de verwachtingen van gezinnen aan de ene kant en die van de buitenwereld aan de andere kant,’ vertelt Lara.

Marlies legt dat uit: ‘Door de buitenwereld word je nogal eens aangesproken op onderdelen, bijvoorbeeld vanuit veiligheid of onderwijs, zonder te kijken naar het hele gezin. Vanuit onze visie wil je de regie bij het gezin laten en samen oplossingen bedenken, terwijl bijvoorbeeld scholen een duidelijk idee hebben over wat je zou moeten doen om het onderwijs te ondersteunen.’

Dat speelt ook rond veiligheid, zegt ze. ‘Vanuit veiligheid denken mensen risicogericht, terwijl wij van gezinswerkers vragen om ook altijd te blijven denken in mogelijkheden van gezinnen. Daardoor kom je als gezinswerker soms voor een dilemma te staan.’

Lara schetst dat dilemma: ‘Dan verwacht een organisatie als Veilig Thuis dat je stevig de regie pakt en feilloos een veiligheidsplan maakt. Dat kunnen we ook wel, maar bij ons gaat het niet in elke casus alleen om veiligheid. Vanuit de visie willen wij vertragen en de tijd nemen om te kijken wat er in een gezin echt speelt en wat kan bijdragen aan verandering. Veiligheidsspecialisten zijn er juist op gericht om bij signalen van onveiligheid snel in te grijpen, de veiligheid zo snel mogelijk te herstellen en daarvoor de regie vaak over te nemen. Aan beide kanten werken we dan met goede bedoelingen, maar wel op verschillende manieren.’

Investeren in samenwerking

Om gezinswerkers te ondersteunen bij het omgaan met zulke dilemma’s heeft Marlies veel energie gestoken in het verbeteren van de samenwerking met andere organisaties. ‘We merkten bijvoorbeeld dat scholen soms niet tevreden waren. Dat had ook te maken met onrealistische verwachtingen. Toen was het belangrijk om met elkaar in gesprek te gaan in plaats van de onvrede op allerlei plekken te ventileren. Daarom heb ik samen met de gemeente in het bestuurlijk overleg met het onderwijs afgesproken dat de scholen over concrete casussen waarin het niet goed gaat, direct overleggen met de buurtteamleider. Dat heeft veel opgelost. Het contact met scholen is nu gebaseerd op de feiten en niet op de beeldvorming over ons functioneren.’

Lara vertelt dat Oidos op het gebied van veiligheid in een Nijmeegse wijk heeft meegedaan aan een proeftuin voor de toekomst van de jeugdbescherming, onder de titel Samen Verder (zie kader). ‘Inmiddels werken drie van onze buurtteams volgens de werkwijze die daar is ontstaan. Maar het blijft aandacht vragen hoe we vanuit deze nieuwe aanpak kunnen samenwerken op een manier die past bij onze visie en waardoor we een gelijkwaardige partner in de uitvoering zijn. Mensen uit de jeugdbescherming zijn toch geneigd om aan te sturen in plaats van samen te werken.’

Belangrijke elementen in de werkwijze van Samen Verder:
  • Altijd in samenwerking met een Buurtteam medewerker, zij blijft het gezicht/de regie houden.
  • Werken binnen de huidige wet- en regelgeving, professionals laten organisatiekaders los en de uitgangspunten Toekomstscenario zijn het kompas.
  • Laagdrempelig, in de wijk, samenwerken op basis van gelijkwaardigheid.
  • Zoveel mogelijk de regie bij het gezin/huishouden.

Bron: Evaluatie Proeftuin Samen Verder

Het belang van specialistische kennis

Marlies benadrukte de eerste jaren het belang van breed kijken naar de vraag van gezinnen. ‘Professionals hebben vaak de neiging om alles op het hoogste expertiseniveau te willen doen, maar daarvoor zouden dan soms acht mensen in een gezin nodig zijn, met de gezinswerker in een soort coördinerende rol. Terwijl we uit onderzoek weten dat gezinnen zich met iemand willen verbinden in wie ze vertrouwen kunnen hebben en die ook iets doet. Omdat die visie op basishulp voor professionals nieuw was, heb ik die binnen de organisatie echt moeten bevechten.’

Lara denkt dat die visie inmiddels wel verweven is met alles wat Oidos doet. ‘We weten veel beter dan vijf jaar geleden waar we voor staan. Ook voor mensen met wie we samenwerken wordt dat langzamerhand duidelijk.’

Het valt Marlies op dat buiten Oidos nog steeds veel belang wordt gehecht aan specialistische kennis. ‘Uit onderzoek is bekend dat dat vaak ten koste gaat van gezinnen, maar daar doen kennisinstituten nog weinig mee. In data- en kennisbanken wordt vaak gekeken naar wat een interventie bijdraagt aan het oplossen van een probleem, maar veel minder naar het benutten van mogelijkheden van gezinnen. Ook hoogopgeleide ouders hechten vaak veel waarde aan verwijzing naar een specialist. Dat is niet verwonderlijk in een maatschappij die het nut van specialistische kennis voor het dagelijks leven overwaardeert. Bij de huisarts willen veel mensen ook het liefst meteen een verwijzing naar het ziekenhuis, terwijl die huisarts hen vaak ook goed kan helpen.’

Betrokken blijven

Intussen worden de effecten van de basishulp steeds duidelijker zichtbaar, merkt Lara. ‘We zien dat mensen die bij een buurtteam binnenkomen met de bedoeling om een diagnostisch onderzoek te vragen, bereid zijn om eerst met ons te kijken naar wat precies de vraag is en wie in hun eigen omgeving daarmee kan helpen. Ook merken we dat de drempel laag is om terug te komen als het weer even niet zo goed gaat. Mensen vinden het fijn dat ze dan naar iemand kunnen gaan die ze al kennen en niet hun hele verhaal opnieuw hoeven te vertellen. En als er aanvullende hulp nodig is, blijft er iemand van het buurtteam bij het gezin betrokken. Dat geeft mensen vaak de zekerheid dat ze kunnen terugvallen op iemand die hen kent als het even niet goed gaat.’

Als een verwijzing naar aanvullende hulp echt nodig is, hebben de teams van Oidos wel een duidelijke voorkeur, stelt ze: ‘We verwijzen het liefst naar aanbieders die onze visie begrijpen, ons als gelijkwaardig zien en informatie met ons delen. Bij specialistische hulp is er vaak meer afstemming in de samenwerking nodig omdat we verschillen in perspectief. Waar wij vooral kijken naar het gezin en de context, kijken behandelaren vanuit hun eigen specialisme en opdracht.’

‘We verwijzen het liefst naar aanbieders die onze visie begrijpen, ons als gelijkwaardig zien en informatie met ons delen.'

De kwaliteit van gezinsplannen

Lara combineert tegenwoordig binnen Oidos het gezinswerk met beleidswerk. ‘Ik ondersteun onder andere interne werkgroepen bij de ontwikkelopgaven op het gebied kwaliteit en veiligheid. In de werkgroep Sturen op kwaliteit bekijken we met steekproeven of gezinsplannen voldoen aan het inhoudelijk kwaliteitskader dat we in aanvulling op onze werkwijzebeschrijving hebben opgesteld. Tegelijkertijd organiseren we leergesprekken om aan de hand van gezinsplannen boven water te krijgen of de hulp die we geven passend is. Het gezinsplan is een belangrijk middel om gezinnen goed te ondersteunen. In het gezinsplan wordt concreet en begrijpelijk vastgelegd wat er aan de hand is, welke doelen worden nagestreefd en welke acties worden ondernomen om deze doelen te bereiken. Voor het gezin is het essentieel dat dit duidelijk en herkenbaar is. Het helpt ook de gezinswerker dat in het gezinsplan heldere afspraken staan, zodat gevolgd kan worden wie wat doet, in hoeverre doelen zijn gerealiseerd en of de hulpverlening kan worden afgerond. We combineren steekproeven en gesprekken om inzicht te krijgen in de kwaliteit van het gezinsplan en de uitvoering van de hulpverlening. Daarnaast draagt deze aanpak bij aan het leren van goede voorbeelden en verbeterpunten, en versterkt het de betrokkenheid van de gezinswerker en het team bij het zorgen voor kwaliteit.’

Marlies noemt het wel een uitdaging voor de interne leerprocessen dat de gemeente de regie wil hebben over de omvang van de hulp die wordt ingezet. ‘Voor de gemeente zijn de statussen - onderzoek of actieve hulp - belangrijk, maar voor gezinswerkers lopen die fasen vaak door elkaar. We moeten dus oppassen om gezinswerkers op te zadelen met allerlei formele administratieve zaken die we niet aan hen en aan ouders kunnen uitleggen. Dan zijn we niet meer trouw aan onszelf.’