Blik op de toekomst

De afgelopen vijf jaar is de werkwijze van Oidos steeds meer uitgekristalliseerd. Niet alleen de uitdagingen en belemmeringen zijn duidelijk geworden, maar ook wat de nieuwe werkwijze oplevert. Dat betekent niet dat alles nu vastligt. Ook de komende jaren krijgt Oidos te maken met nieuwe ontwikkelingen in gezinnen en buurten. Dat vraagt flexibiliteit van iedereen.

Over vijf jaar evalueert de gemeente het werk van Oidos opnieuw. Marlies Kennis hoopt dat de buurtteams tegen die tijd kinderen, jongeren en gezinnen nog beter kunnen ondersteunen in hun dagelijks leven, zo nodig met aanvullende hulp dichtbij huis. ‘Dat moet wel met de nodige soberheid gebeuren om het principe van solidariteit in de jeugdzorg in stand te kunnen houden. Wat de gemeente betreft zou ik willen dat die over vijf jaar de randvoorwaarden voor integraliteit in ons werk heeft geschapen. Daarvoor is het nodig dat de gemeente weet wat ons daarbij helpt en dat wij ervoor zorgen dat signalen van gezinnen uit de praktijk beter landen binnen de gemeente.’

‘Mijn ambitie is om het werk voor gezinswerkers vooral eenvoudiger te maken zodat ze minder tijd kwijt zijn aan overlegtafels, aanmeldformulieren, procesroutes en nieuwe doelgroepen. Daardoor krijgen ze dan meer tijd om te investeren in het contact met de sociale basis en het gewone leven.’

Bij de kern blijven

Als het aan Lara Gerrits ligt, breken er voor de gezinswerkers de komende jaren minder hectische tijden aan. ‘Het is de afgelopen vijf jaar voor gezinswerkers een hele uitdaging geweest om goede basishulp aan gezinnen te bieden en voortdurend dingen aan te passen. In combinatie met alle discussies met de buitenwereld was dat wel veel. Daarom kunnen we niet in dit tempo doorgaan.’

Marlies begrijpt dat en weet wat haar daarvoor als bestuurder te doen staat: ‘Mijn ambitie is om het werk voor gezinswerkers vooral eenvoudiger te maken zodat ze minder tijd kwijt zijn aan overlegtafels, aanmeldformulieren, procesroutes en nieuwe doelgroepen. Daardoor krijgen ze dan meer tijd om te investeren in het contact met de sociale basis en het gewone leven.’

Lara ziet daarin ook een rol voor de beleidsmedewerkers: ‘We moeten ervoor zorgen dat de eisen die de gemeente en mensen met wie we samenwerken aan de basishulp stellen beter aansluiten bij de behoeften die gezinswerkers hebben in de uitvoering. Zij lopen vast als ze bijvoorbeeld ineens voorrang moeten geven aan hulp bij ingewikkelde scheidingsproblematiek, maar daarbij tegen wachtlijsten voor aanvullende hulp aanlopen. Dan kunnen ze pas door als die wachtlijsten zijn opgelost. Ze zouden zich helemaal niet met zo’n wachtlijstprobleem bezig hoeven te houden, maar zich helemaal op de basishulp aan de betrokken gezinnen moeten concentreren. Het gaat eigenlijk steeds om de vraag hoe wij bij de kern van ons werk kunnen blijven. Dat maakt voor mij de combinatie van gezinswerk met het leren over en aanpassen van de processen als beleidsmedewerker ook zo interessant.’

Inhoudelijk betrokken bestuur

Over vijf jaar is Marlies waarschijnlijk met pensioen. Het is de vraag of Oidos dan nog zo’n inhoudelijk betrokken bestuurder als zij nodig heeft. Lara denkt van wel: ‘Binnen vijf jaar kunnen we zo’n gepassioneerde bestuurder zeker nog niet missen. Die hebben we nog steeds nodig om onze visie uit te dragen. En om ons in de actiestand te zetten zodat we ons niet laten overrulen door externe partijen.

‘Dat kan ik ook niet anders,’ reageert Marlies. ‘Intern is onze visie wel belegd, maar de organisatie is nog niet stevig genoeg om weerstand te bieden aan alle externe druk. Vanuit onze visie willen we het werkproces voor de buurtteams behapbaar houden en kunnen uitleggen aan gezinnen. Door dat te bewaken kunnen we voorkomen dat gezinswerkers zich aanpassen aan de procedurele en administratieve eisen van andere organisaties zonder dat ze een idee hebben waarom die nodig zijn.’

Ze verwacht steun en rugdekking om op deze weg door te gaan van de Raad van Toezicht en van de partners in de stad. En ze besluit met een geruststellende gedachte: ‘Onze visie is verankerd in het beleid en het bestuur van de gemeente. Daardoor werken we congruent aan elkaar.’