Mariecke Boesaard over leerlingparticipatie: ‘klein beginnen, groot effect’

Hoe geef je vorm aan leerlingparticipatie in de onderbouw?

Leerlingenparticipatie bij jonge kinderen voelt voor veel leerkrachten spannend. Want hoeveel ruimte geef je kleuters om mee te denken over wat er in de klas gebeurt, zonder dat het onrustig wordt? En hoe houd je zelf de regie? Volgens Mariecke Boesaard, trainer Vreedzaam en voormalig leerkracht, zit leerlingenparticipatie juist in kleine, alledaagse momenten. ‘Als je het simpel houdt, kan er verrassend veel.’

Leerlingenparticipatie: meer dan leerlingenraad

Bij leerlingenparticipatie denken veel leerkrachten aan leerlingenraden of klassenvergaderingen over grote beslissingen, zoals veranderingen in schoolregels of de inrichting van de school. Dat beeld maakt het voor de onderbouw soms onnodig ingewikkeld, merkt Mariecke.

In werkelijkheid, zegt ze, doen leerkrachten al veel meer aan participatie dan ze zelf beseffen. ‘De hele dag door zijn er momenten van leerlingenparticipatie. In de onderbouw zit het juist in kleine, alledaagse keuzes: met wie wil je samen een puzzel maken en welke puzzel kies je, of uit een paar opties mogen kiezen bij een activiteit zoals lampionnen maken.

“We maken leerlingenparticipatie vaak groter en ingewikkelder dan nodig is. Terwijl je het de hele dag al doet.”

Grip houden of ruimte geven?

Dat leerlingenparticipatie spannend voelt, heeft volgens Mariecke meestal minder met kinderen te maken dan met leerkrachten zelf. ‘Leerkrachten willen graag grip houden. Zonder participatie blijft alles overzichtelijk en voorspelbaar. Zeker in klassen waar sterk methodegericht wordt gewerkt, voelt ruimte geven soms als controle loslaten.’

Bij jonge kinderen speelt daarnaast de zorg dat ideeën te groot of onrealistisch worden. ‘Dan willen ze bijvoorbeeld een zwembad op het dak’, zegt Mariecke. Maar juist daar ligt volgens haar de kans. ‘Dat idee is niet het probleem. Dáár zit je lesstof. Door samen verder te denken: “kan dat eigenlijk wel? Wat heb je daarvoor nodig?” leren kinderen kritisch nadenken.’

Participatie is geen extra vak

Voor Mariecke is leerlingenparticipatie geen extra onderdeel van het onderwijs. ‘Alles rondom participatie is de lesstof van het leven. Het gaat erom dat kinderen door de dag heen hun eigen kijk op dingen mogen laten zien. Juist jonge kinderen komen met ideeën waar wij als volwassenen niet meer opkomen.’

‘En wat gebeurt er dan? Dan voelen kinderen zich gehoord en gezien. Ze leren dat hun stem ertoe doet en dat is een belangrijke basis voor later.’ In alledaagse klassensituaties oefenen kinderen met het verwoorden van hun mening, met luisteren naar elkaar en met rekening houden met anderen. ‘Door ze vragen te stellen en mee te laten denken over kleine en grote dingen in de klas ervaren ze wat het betekent om hun stem te laten horen.’

Misverstanden over leerlingparticipatie

Leerlingenparticipatie is iets groots en georganiseerd.

Bij jonge kinderen zit het juist vaak in kleine keuzes.

Een alledaags voorbeeld

Om te laten zien hoe leerlingenparticipatie er in de onderbouw uit kan zien, deelt Mariecke een mooi voorbeeld. In een kleuterklas regende het hard en de kinderen wilden buiten in de plassen spelen. De leerkracht zag meteen praktische bezwaren: niet iedereen had laarzen of regenkleding mee.

In plaats van het idee direct af te wijzen, ging de leerkracht het gesprek aan. ‘Ze nam de kinderen serieus’, vertelt Mariecke. ‘Samen dacht ze met hen na: “wat heb je nodig om dit te laten lukken? Wanneer kan het wel?”’ De kinderen ontdekten dat het de volgende dag opnieuw zou regenen. Ouders kregen een bericht en een dag later gingen de kinderen goed voorbereid naar buiten.

Wat de kinderen hier leerden, was niet alleen óf ze buiten konden spelen, maar hoe je samen tot een besluit komt. De boodschap was duidelijk: vandaag kan het niet, maar jullie idee telt wel. En juist dat, zegt Mariecke, vormt de kern van leerlingenparticipatie. ‘Kinderen ervaren dat er echt naar hen wordt geluisterd, ook als het antwoord soms “nee” is. Juist die combinatie van wel serieus genomen worden, maar niet altijd je zin krijgen, maakt leerlingenparticipatie zo waardevol.’

Misverstanden over leerlingparticipatie

Jonge kinderen komen alleen met onrealistische ideeën.

Juist die ideeën laten zien hoe rijk hun denkwereld is, en vormen de lesstof.

Klein beginnen

Wat betekent dit concreet in de onderbouw? Volgens Mariecke begint leerlingenparticipatie bij jonge kinderen vaak laagdrempelig. ‘Je zit dan op de onderste treden van de participatieladder’, legt ze uit. ‘En dat is precies waar je wilt beginnen.’

Een belangrijke eerste stap is kinderen laten oefenen met meedenken en kiezen. Dat kan heel eenvoudig: welk prentenboek lezen we vandaag? In welke speelhoek wil je spelen? ‘Dat is al participatie. Juist in die kleine keuzes ervaren kinderen dat hun stem ertoe doet.’

Die momenten bieden meteen ruimte om verder te denken. ‘Je kunt zeggen: ik zie dat je steeds hetzelfde kiest. Zou je ook eens iets anders willen proberen?’ Zo leren kinderen nadenken over hun keuzes, zonder dat het groot of ingewikkeld hoeft te worden.

Misverstanden over leerlingparticipatie

Als je ruimte geeft, raak je de regie kwijt.

De leerkracht bepaalt wanneer en hoeveel er ruimte is.

Als leerlingenparticipatie groter wordt

Ook grotere onderwerpen zijn mogelijk bij jonge kinderen, benadrukt Mariecke. ‘Denk aan meedenken over regels in de klas, een thema of de inrichting van het schoolplein. Voorwaarde is wel dat dit goed wordt begeleid.’

Kinderen moeten weten waarover ze mogen meedenken en wat er met hun ideeën gebeurt. ‘Terugkoppeling is erg belangrijk’, zegt Mariecke. ‘Zo leren kinderen dat meedenken niet automatisch betekent dat je beslist, maar dat hun stem wél serieus wordt genomen.’

“Participatie betekent niet dat je de regie loslaat. Jij bepaalt wanneer je meebeweegt en wanneer niet.”

Participatie betekent niet: alles beslissen

Veel leerkrachten zijn bang dat leerlingenparticipatie betekent dat kinderen het voortaan voor het zeggen hebben in de klas. Dat idee leeft vooral als participatie wordt gezien als “alles samen beslissen”. Volgens Mariecke is dat echt een misverstand. ‘Kinderen leren juist stap voor stap dat hun stem telt, maar dat er ook andere stemmen zijn: die van klasgenoten, de leerkracht, de school.’

Misverstanden over leerlingparticipatie

Participatie betekent dat kinderen beslissen.

Meedenken en gehoord worden is iets anders dan beslissen.

Zaadjes planten voor later

Leerlingenparticipatie in de onderbouw is volgens Mariecke vooral investeren in de toekomst. ‘Zonder dat het als apart burgerschap-vak op het rooster staat, oefenen kinderen hoe samenleven werkt.’ Volgens Mariecke maakt vooral de manier waarop een leerkracht zulke momenten herkent en benut het verschil. ‘Het gaat erom dat je participatie-antenne aanstaat.’

‘Je plant zaadjes.’ In gewone klassensituaties leren kinderen vaardigheden die later, in de bovenbouw en daarbuiten, van waarde zijn. ‘Als leerkracht heb je daarmee iets heel wezenlijks in handen.’

Deel deze pagina