Gijs Verbeek over leerlingparticipatie: ‘iedere school is al bezig met burgerschap’

Hoe draagt participatie bij aan verantwoordelijkheid en eigenaarschap?

Gijs Verbeek, onderwijskundige en pedagoog, schreef in 2014 samen met prof. Petra Ponte het boek ‘Participatie in het Onderwijs’ over het betrekken van leerlingen, bijvoorbeeld als mede-onderzoekers. Hoe zorg je ervoor dat participatie bijdraagt aan de verantwoordelijkheid en eigenaarschap in het onderwijs?

Burgerschap is een onderwijs-pedagogisch vraagstuk

“Burgerschap is niet iets nieuws: of je je er nou bewust van bent of niet, eigenlijk doet elke school er al iets aan”, vertelt Gijs. “Het is een onderwijs-pedagogisch vraagstuk, waarbij centraal staat hoe wij, als leraren en als school, leerlingen kunnen helpen in deze wereld en zich daartoe te verhouden.

Ik zie het zo: de wereld, leraar en school en leerling werken in een wisselwerking samen als een driehoek. Ik zie burgerschap als een onderdeel van die wisselwerking. En daarom is burgerschap een opdracht, maar ook vooral een uitnodiging. Wat van die wereld willen we nou eigenlijk overdragen? En hoe willen wij leerlingen hierin inleiden? Dat proces, dat vraagstuk, daar gaat het om.”

“Van nature zij wij mensen gericht op ontwikkeling. Met participatie is het mogelijk om hier ruimte voor te scheppen. Het gaat erom hoe je dit in je eigen school vormgeeft. En dit is voor iedere school en context weer anders. Hierin is als het goed is ook sprake van meerstemmigheid. De overheid bijvoorbeeld is daarin één stem, maar ook het onderwijs kan haar stem pakken en daar een eigen invulling aan geven.”

Blik op de eigen dagelijkse pedagogische praktijk

“Dit vraagstuk oppakken is niet iets wat je alleen hoeft te doen. Zoek hierin vooral ook het gesprek op met je collega’s. Wat zijn eigenlijk onze antwoorden op deze vragen? Hier is namelijk geen standaardantwoord op. Dit verschilt per school, maar waarschijnlijk ook onder leerkrachten onderling. Burgerschap is een kwestie van waarden: wij vinden sommige onderdelen belangrijker dan anderen en maken hierin een keuze. Maar dit maakt de burgerschapsopdracht ook weer een kans: welke richting en invulling geven wij hieraan, hoe hebben wij dat in onze specifieke schoolcontext ingericht? Vooral het stellen van de vraag én het gezamenlijk nadenken over het antwoord is hierin de kern.”

“Succesvolle participatie vraagt om visie, sturing en passie. Ontbreekt het aan één van deze punten, dan zie je vaak dat het vastloopt. Zorg dus voor stevig pedagogisch leiderschap.”

Succesvolle participatie vraagt om pedagogisch leiderschap

“Succesvolle participatie vraagt om visie, sturing en passie. Ontbreekt het aan één van deze punten, dan zie je vaak dat het vastloopt. Zorg dus voor stevig pedagogisch leiderschap. Leg de focus op:

1) Het pedagogische aspect

Als leraren hebben wij de pedagogische opdracht om kinderen de ruimte te geven om te participeren. Welke keuzes maken wij hierin? Waar beginnen we, waar willen we naartoe? En ook belangrijk: wat doen we al? Maak dit met elkaar inzichtelijk.

2) Het leiderschapsaspect

Zorg ervoor dat er voldoende draagvlak is. Dat er minimaal één persoon is die de opdracht aanstuurt, aanwakkert en het verder brengt. En hier ook daadwerkelijk de verantwoordelijkheid in voelt. Zo kun je het intern ook weer verder brengen.

Het kan helpend zijn om met elkaar een ‘pedagogisch portret’ te maken. Wie zijn wij als team, mensen en leerkrachten? Wat vinden wij belangrijk? De overeenkomsten hierin kunnen leiden tot een gezamenlijk verhaal: wat vinden wij belangrijk in het leren en ontwikkelen? Wat geven we onze leerlingen graag mee?”

Hoe ziet pedagogisch leiderschap er in de praktijk uit?

“Bij een leerlingenraad is het vaak zo dat een docent eerst als voorzitter erbij zit, voordat het stokje wordt overgegeven aan kinderen. Bijvoorbeeld met uitleg aan de kinderen hoe dit werkt en wat belangrijk is. Dit kun je plenair doen, maar ook met de beoogde nieuwe voorzitters. Hoe ga je om met conflicten, hoe zit je dit voor? Dit zijn allerlei vaardigheden waarin je hen kan helpen en inleiden. Zo kunnen zij het vervolgens zelf oppakken.

Dit voorbeeld geeft een concrete inkijk in de wijze waarop leerlingen door participatie verschillende vaardigheden kunnen oefenen. Als het gaat om het kennisaspect, zie je duidelijk de link met de vakken die kinderen op school krijgen. Met participatie kun je als school focussen op vaardigheden of competenties. Leerlingen hebben recht op hun stem in de omgeving waar zij onderdeel van uitmaken. Het is aan ons als schoolpraktijk om die ruimte te organiseren voor kinderen. Belangrijk hierbij is dat er ook teruggekoppeld wordt, om de ervaring van inspraak werkelijk te maken voor kinderen. Op het moment dat je die terugkoppeling niet doet, is het voor leerlingen heel onduidelijk of er überhaupt iets met hun inspraak gedaan wordt. En dat is niet bevorderend voor de ervaring.

Participatie is een fluïde proces: de context verandert steeds, en daarmee ook de ruimte voor participatie. Dat hoort erbij. En participatie is ook niet iets dat je even op de dinsdagmiddag erbij doet. Het is procesmatig. Als je het goed vormgeeft, dan is het geïntegreerd in het onderwijs dat je geeft.”

Deel deze pagina